In een landwoning in Semmerzake lag er een bijzondere vraag op tafel: hoe geef je een verzameling gebrandschilderde glas-in-loodpanelen een plaats in een hedendaags interieur, zonder dat ze in een museumkader belanden?
Het antwoord werd een reeks stalen binnenpuien tussen de eetkamer en de open leefruimte. De panelen tonen klimmende vruchtbomen, duiven en een landschap. Het staal eromheen is op maat ontworpen, zodat de composities lijken te zweven in de ruimte.
Het glas als vertrekpunt
Bij de meeste binnenpuien bepaalt de ruimte de indeling en volgt het glas. Hier was het omgekeerd. De maten, de verdeling en het ritme van de kaders vertrekken van de panelen zelf: elk paneel kreeg een eigen veld, en de profielen volgen de lijnen die al in het glas zitten. Hoe roeden en velden een glaspartij structureren, leest u in Glaspartijen en indeling.
Een kader dat terugtreedt
Glas-in-lood heeft uit zichzelf al veel te vertellen: kleur, lood, tekening. Een kader dat daarmee wil concurreren, verliest. De stalen profielen zijn daarom zo sober mogelijk gehouden — slank, donker en zonder versiering — zodat het oog eerst het glas ziet en pas daarna de constructie. Meer over de keuze van het profiel vindt u in Stalen profielen.

Het staal draagt het glas, maar vraagt zelf geen aandacht.
Scheiden zonder te sluiten
De puien scheiden de eetkamer van de leefruimte, maar licht en zicht lopen door. Gekleurd glas doet daarbij iets wat helder glas niet kan: het kleurt het daglicht en geeft beide ruimtes, afhankelijk van het uur, een andere sfeer.
Wat dit project laat zien
Een binnenpui hoeft geen standaardproduct te zijn. Wie bestaande elementen wil hergebruiken — glas-in-lood, oude deuren, een erfstuk — kan het staal laten vertrekken van wat er al is. Dat vraagt extra zorg bij opmeting en detaillering, want de maten liggen vast nog voor het ontwerp begint. Welke glassoorten er verder in een stalen profiel passen, staat in Beglazing in stalen schrijnwerk.